Veerle Rooms (°Sint-Niklaas 1947) wordt tot de belangrijkste hedendaagse grafische kunstenaars gerekend.
Na haar opleiding via de klassieke teken- en grafische technieken, groeide haar belangstelling voor het experiment. Deze drang naar voortdurend onderzoek tot hetgeen een grafisch beeldend  kunstenaar kan bereiken, bepaalt haar hele levensverhaal.

De kunstenares is steeds vertrokken van de wetenschap dat deze discipline ook deel uitmaakt van het historisch kader waarin de “mededeling” sinds de oertijden als “schriftuur” is geëvolueerd tot tekening en tekst. Uiteindelijk is deze toepassing ook “kunstwerk” geworden waarbij het niet meer enkel gaat om plaatjes bij praatjes – en omgekeerd – maar om vorm, kleurnuance en een persoonlijke benadering van hetgeen haar blijft boeien. Hierbij blijft zij trouw aan de verworven technieken, maar schuwt zij geenszins het gebruik van de nieuwe digitale middelen.

Bij haar zoektochten doorheen vreemde culturen kreeg zij een ruim begrip van de vele mogelijkheden die de grafische kunsten haar te bieden hebben. Zij maakte daarbij wereldwijd kennis met de vroegste pre-historische en hedendaagse graffiti. Resoluut besloot zij uit de enge beslotenheid van het zwart-wit in het kadertje aan de muur te stappen en de sprong in de ruimte te wagen. Het resultaat is de ontdekking van nieuwe hectaren onbetreden landschappen waarin een nieuwe kunst kan ontstaan.

Als docente aan de Karel De Grote Hogeschool in Antwerpen en met talrijke workshops in binnen- en buitenland is het steeds haar bedoeling geweest haar bevindingen mede te delen aan een nieuwe generatie kunstenaars. De toepassing van de steeds verder evoluerende digitale middelen wordt echter voor haar pas boeiend, wanneer deze nog de sporen in zich dragen van de vertrouwde technieken en beeldvorming.

Veerle Rooms ligt daarom aan de basis van een vernieuwde prentkunst. Dit moet duidelijk worden tijdens dit overzicht van haar leven en werk.

 Zie ook:  "VEERLE ROOMS"
Kunstmonografie, uitgegeven bij Uitgeverij Lannoo, 144 blz., geïllustreerd met talrijke foto’s in kleur en wart-wit. Met bevattelijke commentaar over de klassieke grafische technieken.
Verkrijgbaar in de boekhandel en bij: Studio-Artist-Printmaker, Cogels Osylei 7, B-2600 Berchem-Antwerpen. E-mail: studio_artist_printmaker@hotmail.com Prijs: 40 €

..> De jaren zeventig 

Vanaf 1970 gaat Veerle Rooms resoluut een breder terrein van de grafiek verkennen. Uit die periode stamt een hele reeks werken waarbij keer op keer realistische beelden, doorgaans de menselijke figuur, het narratieve aspect zijn. Bij de aanvang zijn de herkenbare delen in een traditionele uitvoering, zoals ets en aquatint. De compositorische ruimte rondom is nu reeds het veld van onderzoek. Daarin worden de verhaalelementen geïntegreerd.                                                           

Veerle weegt de verschillende onderdelen zorgvuldig af en dit is pas een begin. Daarbij gaat zij de grenzen van de beeldruimte op het blad overschrijden. Zeefdruk wordt toegevoegd voor de omkadering, de decoratieve plaatsing, het aflijnen van de ruimte rondom. De ervaringen in de USA met popart en opart krijgen hun gevolgen.

Dit zal uitgroeien tot een belangrijk element in haar verdere artistieke ontwikkeling.

Er moet hierbij opgemerkt worden dat zeefdruk in de jaren zestig en zeventig geen traditie had als medium voor weidse landschappen, maar je komt sowieso Veerle Rooms tegen die het toch probeert.

In haar verder onderzoek naar het samenbrengen van verschillende grafische technieken in één prent zoekt zij combinaties van ets, aquatint, mezzotint, droge naald en zeefdruk en slaagt zij er in deze in harmonie te brengen.

Na dit alles maakt zij resoluut korte metten met de dogmatiek van de traditionele zwart-wit grafiek. Zelfs zonder het gebruik van kleur worden andere picturale mogelijkheden van de grafiek zichtbaar. Halftonen met hun onderlinge verhoudingen tekenen het beeld.                                                            

Wanneer ze toch met kleur werkt, experimenteert ze op één plaat of op verschillende platen. Dit laat haar toe om meer volumewerking te krijgen, de kleuren te laten verlopen in een dégradé, halftonen en overgangen aan te brengen en vooral om licht, veel meer licht in de etsen te brengen. Ook onderzoekt zij zowel de methode van het ininkten als het inrollen.                                                            

Grafiek is bij Veerle Rooms dan geëvolueerd tot een grotere zelfstandigheid, een autonomie waardoor dit medium zich een plaats kan toe-eigenen tussen de andere kunstdisciplines.

“Veerle Rooms heeft de grafiek uit het eigen dogma verlost: door de grenzen te verleggen, nieuwe verbanden te maken, doordringende vragen te stellen en actuele antwoorden te formuleren”, aldus Georges Goffin,                   Karel De Grote Hogeschool.

a

..> De jaren tachtig

Met de overgang naar de jaren tachtig komt Veerle Rooms in haar onderzoek volledig los van haar meesters/leraren.

Tegelijkertijd met de veranderingen van belichting, beweegt Veerle Rooms het standpunt van de maker, de kunstenaar en dus ook van de toeschouwer.

De in Belgrado verworven kennis van kleurengrafiek blijft zij toepassen. De lichtintensiteit van de drager blijft door de inkt stralen en versterkt het uitnodigende en opslorpende gevoel van schaalvergroting.

                                                             *

Van een dergelijke fijngevoeligheid getuigen haar “Gebedsdoeken I, II, III” (1982-83).

Alhoewel gebaseerd op herinneringen aan een bezoek van het uitroeiingskamp Auschwitz (Polen), haalt dit drieluik vooral zijn kracht uit de compositorische werking van licht en donker op de doeken. Veerle realiseerde in deze werken een subtiele tonaliteit van stralend reflecterend wit over zachtgroene textuur tot fluwelig zwart.

                                                            *

Het seriële boeit Veerle uitermate en beweegt haar in de richting van het minimalisme. Het beeld op zich wordt ondergeschikt. De herhaling maakt de kracht. Het kleine verschil, het accentje meer, geeft de leesbaarheid. Georges Goffin ziet een opmerkelijke verwantschap met de repetitieve muziek van o.m. Steve Reich.

                                                            *

In New York (1984) leert Rooms als nieuwe trend van graffiti, het spuiten van sjablonen kennen. De gesimplificeerde vorm om tags aan te brengen past in haar beeld van de grafische technieken. In een aantal steendrukken  zijn deze prominent aanwezig. Maar ook de picturale mogelijkheden van de litho en de fotografische reproductiemethodes – zoals het teruggrijpen naar de oorspronkelijke heliogravure – geven verrassende resultaten die in het verlengde liggen van haar diepdruk.

                                                            *

Dank zij haar doorgedreven onderzoek toont zij steeds minder het onderscheid tussen de grafische methodes. Ze overstijgt nu met gemak de grenzen van de traditie en de beperkingen van de techniek. Veerle Rooms richt zich half de jaren tachtig naar een uitdrukkelijk monumentale interpretatie van de grafische prent. Het resultaat is een reeks dozen met twee of meerdere prenten die één geheel vormen. Eerder reeds had ze naar die monumentaliteit gezocht maar was daarbij telkens opnieuw op de beperkte afmetingen van de drukpersen vastgelopen.

Ze wil vooral ook “schilderen met grafiek” en experimenteert met schellak of acryl op een geruwde plaat.

                                                            *

Steeds meer onderzoekt Veerle Rooms de “droge” methodes, zonder zuren. Door een groeiende bezorgdheid voor het leefmilieu worden er alternatieven gezocht. De schadelijke effecten van de zuren en solventinkten voor mens en omgeving, worden immers steeds duidelijker. Vanuit haar Nederlandse ervaringen wordt deze bewustwording ook in Vlaanderen gestimuleerd.

                                                            *

In Japan bestudeerde zij niet alleen de unieke houtsneden en het belang van papier als drager van haar werk, ook werd ze uitermate geboeid door de thematiek van tekens en symbolen. Veerle gaat  deze toepassen in litho en zeefdruk.  Ze ziet hoe deuren en muren uit niets meer dan een blad papier in een houten kader blijken te bestaan. Het “kozo-papier” is stevig, zelfs in heel dunne varianten en laat toe om de transparantie ervan te benutten.

Dit alles mondt uit in werken als “Japanese Window” (1988).

Hierbij worden dezelfde tekens en symbolen, sjablonen en figuren steeds verder herhaald. De impact wanneer deze als gordijnen worden toegepast is bijzonder imposant. Doordat de prenten nu van het plafond tot de grond reiken, en zelfs verder gezet worden in de vloertegels, zijn ze zonder afmetingen geworden.

                                                            *

De plaats in de ruimte, steeds ten opzichte van de toeschouwer, definieert nu zowel haar werk als de ruimte waarin dit een plaats heeft gekregen.

1
1

..> De jaren negentig

Voor de kunstenares is grafiek in de ruimte een mijlpaal waarmee zij voorgoed burgerrecht heeft gekregen in een meer mondiale benadering van de grafische beeldende kunsten.

Met deze verworvenheden zal zij met onverminderd enthousiasme haar zoektocht verder zetten met o.m. de toepassingen van beeldend werk en literatuur. Publicaties en ongewone experimenten met “Palimpsest” en het gebruik van teksten als “grafische schriftuur” in samenwerking met auteurs vormen een nieuw hoofdstuk in dit veelzijdig oeuvre.

                                                            *

Eind de jaren tachtig waren haar werken reeds kleurrijker geworden. Het bruin, oker en de koude blauwtinten gaan steeds meer een overgang vinden naar feller rood en geel. Zonder twijfel ondergaat zij de maatschappelijke veranderingen. Begin de jaren negentig is er de val van de Muur en heeft zij ook werkperiodes in Berlijn en Polen. In kleinere, anekdotische werken als “Een nieuw hart voor Oost-Europa” (1992) komt het verhaal terug met goed afleesbare figuratieve verwijzingen.

                                                            *

Het monumentale “Revolutie” (1990) bestaat uit 12 zeefdrukken die in drie horizontale stroken een identiek beeld herhalen. Alhoewel het repetitieve bij Veerle Rooms vaak een constante is, komt er toch telkens een kleine verschuiving, een tintaccent of lichtnuance.

Met dergelijke grote composities waarin verschillende drukken en overdrukken het uiteindelijke beeld vormen, verdwijnt het multipliceerbare.

De prent is uniek geworden.

                                                            *

Tekenend voor Veerle Rooms is haar drang naar het tegengestelde. Tegelijk met deze monumentale werken brengt zij een aantal kleinere grafieken, heliogravures en technische combinaties met een intiem karakter. Deze zijn in hun onnoembare eenvoud niet bestemd voor een groot publiek.

“Schilderkunstig opgezet in lagen boven elkaar en met een grote uitnodiging tot gedetailleerd lezen… Om te koesteren… Als een verkleurde foto uit je archief van ontroerend goed…”, aldus Georges Goffin.

                                                            *

De grote fascinatie voor prehistorische wandtekens ontstaat bij Veerle Rooms tijdens een reis doorheen de Verenigde Staten in 1993. Ze vindt er langs de legendarische Route 66 signalen vol betekenissen, in hun beelding tot poëzie geworden.

De rotstekeningen van de Navajo’s en Hopi’s trekken haar bijzondere aandacht als authentieke resten van een natuurgebonden cultuur.

Rooms maakt er unieke prenten van. Ze voelt zich teruggevoerd naar de eerste dagen van de bijbelse schepping.

                                                            *

Dit smaakt naar meer. Ze gaat verder op onderzoek naar wandtekeningen in de Italiaanse Alpen en Zuidelijk Afrika. Ze vindt er een opvallende directheid die al deze culturen gemeen hebben. Deze oertekens zijn voor haar alles tegelijkertijd: symbool, devotie, fabel, magie, totem, merkteken en uiteindelijk: kunst.

                                                            *

Eveneens in 1993 wordt ze gefascineerd door de rijkdom aan papiersoorten in Japan. Ze gaat naar Kochi voor een cursus “washi”, de verfijnde techniek van Japans handgeschept papier.

Reeds jaren eerder heeft ze de mogelijkheden van de “chine collé” uitgeprobeerd en geslaagd benut. Nu vervolmaakt ze deze techniek. Ze zal voortaan veelvuldig haar eigen papiercreaties aanwenden, vaak ook in meerdere lagen. Door deze vele lagen van de prent, waarin fragmenten van de geschiedenis elkaar overschrijven, wordt deze uniek.

                                                            *

Als vrouw in de hoofdzakelijk mannelijke kunstwereld, staat ze haar mannetje wel. In schijnbaar standpuntloze verwijzingen naar zowel de moderne techniek als de vrouwenemancipatie broeit bij haar een woordenloze contestatie. Ze toont dit met prenten die de toeschouwer nu eens doen glimlachen, dan weer de wenkbrauwen doet fronsen maar steeds met de ludieke lichtheid van herkenning..

                                                            *

Bij dit alles heeft Veerle Rooms de band tussen boek en prent en vooral ook de opbergtechniek onderzocht. Met de bijna legendarische tentoonstelling “Palimpsest” in Amsterdam (1997) heeft zij een liaison aangegaan met het boek en de tekst. Deze samenwerking met de auteur-filosoof Frans Boenders liet criticus Michaël Zeeman verleiden tot de uitspraak: “Hiervoor doe je uit piëteit je schoenen uit…”
1

1

1

11

1

..> De stap naar een nieuwe eeuw

Rooms ziet tekst en beeld als elementen die aan het papier – waaraan zij als drager van haar werk zoveel belang is gaan hechten – een toegevoegde waarde geven. Daarom moet het document ook zijn waarde behouden door het op te bergen en te bewaren. Veerle gaat zich dan informeren over de omgeving en verschillende aspecten van bewaring.

Hiermee bereikt zij dan  tegelijk de ideale driedimensionele vormgeving, waar zij in feite onbewust naar op zoek was.

Ze stelt vast dat deze bewaringstechnieken in verschillende culturen op een geheel eigen manier worden toegepast. Bibliotheken kunnen andere vormen aannemen. Hoe overleven Koptische documenten? Welke waarde hecht een Japanner aan zijn prentenverzameling?

                                                            *

Ook dit maakt deel uit van de totaliteit waarin de toeschouwer het werk van Veerle Rooms kan benaderen. Omstreeks de eeuwwisseling en tot op heden zijn dit voor haar de signalen en de tekens geworden die in haar kunst zijn terug te vinden. De drang naar verder onderzoek blijft inmiddels onverminderd aanwezig. De nieuwe technieken met daarbij ook de digitale middelen blijven immers een uitdaging, die in voortdurende evolutie verkeren.